Geschiedenis

Kinderland, een stuk geschiedenis van meer dan 100 jaar
 
Kinderland bestaat in zijn moderne versie als Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning sinds 1995, maar heeft als Schoolkolonie en Kinderopvang reeds een lange geschiedenis en traditie. In de Berlaarse volksmond staat bij heel wat oudere mensen Kinderland nog steeds bekend als ‘De Kolonie’ of ‘De Schoolvilla’. We horen wel eens verhalen over hoe moeders vroeger hun ongehoorzame kinderen aanmaanden met de verwittiging: “opgepast, eet je bord uit of je vliegt naar de schoolkolonie.”
De geschiedenis van Kinderland schrijven is het verhaal vertellen van vele generaties kwetsbare kinderen uit broze gezinnen, die in Kinderland even tot rust konden komen. Het is het verhaal van leerkrachten, zusters, opvoedsters, gezinsbegeleiders en onderhoudspersoneel die met liefdevolle kordaatheid deze kinderen geborgenheid geven, hen verzorgen en onderwijzen en met hun ouders zoeken hoe zij op eigen kracht de zorg voor hun kinderen terug kunnen opnemen. Het is het verhaal van hoe doorheen de tijd de maatschappelijke noden veranderen en de subsidiërende overheid hierop tracht in te spelen. De geschiedenis van Kinderland wordt in vier hoofdstukken geschreven.

 

Deel A: De Schoolkolonie (1908 - 1979)
In 1898 wordt de Katholieke Schoolkolonie van Antwerpen opgericht met de bedoeling om “Zwakke ziekelijke kinderen tijdens de groote vakantie naar 'den buiten' te zenden, om daar door gezonde lucht en versterkend voedsel de noodige krachten weer te vinden, die hun ontbraken om op te groeien tot waardige burgers voor het Vaderland.”


Aanvankelijk was er nog geen vaste verblijfplaats en werden herbergen en pensionaten gezocht in verschillende dorpen in de Antwerpse Kempen. Maar in 1908 werd in Berlaar een groot herenhuis aangekocht door bemiddeling van invloedrijke beschermers die de nodige gelden hiervoor inzamelden. Het bestaand gebouw werd verbouwd en uitgebreid met een keuken, eetzaal, slaapzalen en speelzaal.

We schrijven 1908, en zoals de film ‘Daens’ reeds schetste, groeiden de kinderen uit arbeidersmilieus op in moeilijke levensomstandigheden. Grote gezinnen, ongezonde woningen, weinig inkomen. Vaak moesten zij al op jonge leeftijd in de fabriek gaan werken, onderwijs was beperkt tot de zondagsschool. Door deze ongezonde en kindonvriendelijke levensomstandigheden was er heel wat kindersterfte en ondervoeding. Vanuit de parochiale scholen in Antwerpen ontstond het initiatief om deze kinderen voor een korte periode naar het platteland te sturen, om zo wat aan te sterken, onder het motto ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’. De jongens konden 3 maanden naar Berlaar komen, de meisjes werden naar Vlimmeren gestuurd. De hele groep wisselde om de drie maanden. Ca 10 mensen staan in voor de opvang van 120 tot 150 kinderen. Juffrouw Adèle Mertens is bestuurster. Er zijn 4 juffrouwen die lesgeven en een 4-tal begeleidsters die voor en na voor de kinderen zorgen in de refter en in de slaapzaal. Er is ook een verpleegster. Tijdens hun verblijf kregen zij onderwijs, sport en spel en… voldoende boterhammen, veel melk en pap. In die beginjaren zijn er ook moeilijke momenten.

Tijdens de eerste wereldoorlog bezetten en vernielen de Duitsers de Schoolvilla, wat na de oorlog terug moest worden opgebouwd. In november 1927 wordt de oorspronkelijke villa door een felle brand gedeeltelijk verwoest. Als de werking na de tweede heropbouw kon worden opgestart, komt de dagelijkse leiding in handen van de zusters van het Heilig Hart van Maria. Het NWK had de indiensttreding van zusterpersoneel als voorwaarde gesteld voor de verdere subsidiëring. Als in september 1928 de eerste groep zusters van de congregatie in de Schoolvilla aankomen, was reeds veel hersteld, maar bleven de levensomstandigheden nog primitief. Zuster Angela was de overste, zuster Aloysia was onderwijzeres en schoolhoofd, na het overlijden van zuster Angela nam zij ook het bestuur van de schoolkolonie in handen. Met de financiële steun van de hulpkas werd een dynamisch en open beleid gevoerd. Door tal van verbouwingen en vernieuwingen werd het leven op de schoolkolonie aangenamer en comfortabeler. Er kwam centrale verwarming (1930), een grote hangar op de speelplaats, serre in de tuin (1935), nieuwe banken in de klassen (1936), bomen op de speelplaats, muur rondom het domein, nieuwe bedden op de slaapzaal, nieuwe lichten in de speelzaal (1937).

Tijdens de tweede wereldoorlog steeg door de barre oorlogsomstandigheden het aantal ’kolonisten’ en werd elk beschikbaar bed ingenomen. Er waren de ononderbroken zorgen om voor de kinderen de nodige voeding te kunnen bezorgen. In 1947 wordt op de speelplaats een Lourdesgrot gebouwd uit dank dat de kolonie van de V-bommen werd gespaard. In september 1949 wordt ook met een kleuterafdeling gestart en tussen 1950 en 1970 kennen we de bloeiperiode van de schoolkolonie, waar soms tot 250 kinderen verbleven. Een dag op school startte in de voormiddag met lessen rekenen en taal. Frans werd niet gegeven en veel leerstof zien was onmogelijk. In de namiddag ging men wandelen (onderweg wordt veel gezongen, men leert over de natuur) of staan sport en spelactiviteiten op het programma. ‘s Avonds is er nog studie in de zaal. Op zondag is er bezoekdag, dragen de kinderen hun zondagse pak en is er samenzang in de grote zaal.

Deel B: Het Kinderopvangcentrum (1979 – 1995)

In 1979/1980 werd de schoolkolonie omgebouwd tot Kinderopvangcentrum (K.O.C.) voor kinderen uit probleemgezinnen. In de loop der jaren waren de maatschappelijke noden erg geëvolueerd. In de jaren ’50 en ’60 kwam door het invoeren van de sociale zekerheid stilaan een einde aan de schrijnende toestanden van armoede. Met het kindergeld, stempelgeld, vakantiegeld en een goed georganiseerde ziekenkas konden steeds meer gezinnen zelf beter materieel in de zorg voor hun kinderen voorzien. Er bleef evenwel nog ruime aandacht noodzakelijk voor de opvang en opvoeding van kinderen uit kansarme gezinnen met problemen. In 1979 reorganiseerde de overheid de sector tot enerzijds Kinderdagnachtverblijven (kinderen van 0 tot 6 jaar) en de Kinderopvangcentra (kinderen van 3 tot 14 jaar).

Met de omschakeling naar K.O.C. werd de maximumcapaciteit beperkt tot 84 kinderen. Voor de kleuters waren er twee groepen van 12 kinderen, voor de kinderen met leeftijd tussen 6 en 14 jaar werden 4 gezinsgroepen met telkens 15 kinderen georganiseerd. De heer Piet Saquet vervangt zuster Aloysia en wordt tevens directeur van het centrum in Vlimmeren. Er blijven nog een tiental zusters professioneel actief. In 1982 wordt Jan Van Deuren benoemd tot directeur, hij was reeds actief in de vakantiewerking van Kinderland. Het is de verdienste van Jan Van Deuren dat hij, ondanks de beperkte subsidies, de bestaande ruimtes renoveert tot moderne en eigentijdse leefgroepen.

Kinderen verblijven in een leefgroep met vaste opvoedsters, waar ze veiligheid en geborgenheid vinden. Zo’n opname is natuurlijk wel een ingrijpende gebeurtenis. Kinderland probeert een zo huiselijk mogelijke sfeer te creëren en in die jaren wordt een nieuwe basis gelegd van de meer hedendaagse inhoudelijke pedagogische werking en gezinsbegeleiding. Tussen 1982 en 1985 gaan de zusters geleidelijk aan op pensioen. Begin 1985 bestaat het personeel enkel nog uit leken, hoewel enkele zusters tot ca 2000 zich als vrijwilligers nog steeds verdienstelijk maken. Op school wordt zuster Ernestine als schoolhoofd door de heer Paul Vernimmen opgevolgd. Andere directies van de school zijn mevrouw Mia Hermans en mevrouw Elly Van Kerkhoven. In 1995 vernielt een zware storm de pas heraangelegde speelplaats en de luifel op het speelplein. In dat jaar wordt ook een weide, aanpalend aan Kabouterland aangekocht, en met de steun van sponsors tot een nieuw schitterend speelplein omgetoverd.

Deel C: Het Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning (1995 - heden)

In 1995 reorganiseerde Kind & Gezin, onze subsidiërende overheid, de sector opnieuw en werden de Kinderopvangcentra en de Kinderdag- en -nachtverblijven samengebracht onder de noemer van het C.K.G of Centrum voor Kinderzorg en Gezinsondersteuning. De redenering van de overheid was de volgende. Door opvang van de kinderen alleen wordt het gezin wel ontlast, maar niet geholpen. Bovendien dient een residentiële opvang zoveel mogelijk vermeden te worden. Een kind hoort in de eerste plaats thuis te zijn.

Opvoeden is niet eenvoudig. Vaak word je als ouder met vragen geconfronteerd rond verzorging of aanpak. Wanneer de opvoeding bovendien omwille van heel diverse gezinsproblemen gehinderd wordt of in het gedrang komt, is het soms nodig tijdelijk deskundige hulp te zoeken. Met het gediversifieerd aanbod van begeleiding aan huis en een semi-residentieel opvangaanbod en de residentiële werkvorm wil het CKG gezinnen met jonge kinderen preventief ondersteunen en de adempauze geven die het nodig heeft. Voornaamste troef is de naadloze overgang tussen de verschillende werkvormen. De duur van de begeleiding is principieel kort, maar in verhouding tot de hulpvraag. De omschakeling van KOC naar CKG vroeg een fundamentele aanpassing van onze werking. Er werd in ons beleid een groot aantal inspanningen gedaan om het CKG te profileren naar de geest van het besluit.

In 1998 wordt Dominiek Vanbesien directeur van de vzw Kinderland, die impuls geeft om de infrastructuur systematisch te renoveren (baby-peuterleefgroep, de centrale keuken, de buitenspeelruimte, elektriciteit, ramen, badkamers, kantoorruimtes… ). In januari 2000 verhuizen de enkele bejaarde zusters die nog in Kinderland verbleven terug naar het hoofdklooster. De ruimte in het gebouw die hierdoor vrijkomt krijgt de bestemming van een kinderdagverblijf.

In april 2000 werd  in Vilvoorde een afdeling opgestart. Het nieuwe besluit beoogde bovendien een doelbewuste inplanting en spreiding van de CKG’s in Vlaanderen met prioritaire aandacht voor de grootstedelijke regio’s, waar door de toenemende kansarmoede steeds meer mensen uit de boot dreigen te vallen. Ook vanuit Kinderland werd besloten tot de opstart van een nieuwe afdeling. De keuze viel op Vilvoorde. Het project is gehuisvest in de Witherenstraat 10 en kreeg de naam “De Kleine Parachute”. Sommige problemen kunnen een gezin dermate raken dat het professionele ondersteuning nodig heeft, anders dreigt het in vrije val te pletter te storten. Valschermspringers kennen het belang van een kleine parachute als ze in nood geraken. Ons centrum wil een noodparachute zijn en de vrije val van het gezin afremmen. Aanvankelijk is de capaciteit in Vilvoorde 20 eenheden, in januari 2002 werd deze verhoogd tot 30, waarvan 16 gezinnen in thuisbegeleiding en 14 kinderen die ambulant worden opgevangen. In februari 2005 hebben wij de eer het bezoek van koningin Paola in onze afdeling ‘De Kleine Parachute' te ontvangen. In november 2007 kunnen we het pand naast de afdeling in Vilvoorde aankopen. Dit bood perspectief, want door de toegenomen capaciteit en de uitbreiding van personeelsomkadering was de bestaande locatie te klein geworden. In het najaar van 2008 startte een tweejarenlopend project om beide huizen tot één geheel te integreren.

Ondertussen werden ook in Kinderland heel wat inspanningen gedaan om de personeelsomkadering gevoelig uit te breiden of aan te passen. Het contingent gezinsbegeleidsters wordt sterk vergroot, er kwam een coördinator gezinsbegeleiding, een opvoeder-groepschef, een uitbreiding van logistieke medewerkers en een technisch coördinator. Er worden heel wat inspanningen gedaan om ook de inhoudelijke werking te verdiepen. Er wordt hard gewerkt aan een kwaliteitsvisie, wat resulteert in het kwaliteitshandboek. Procedures en afspraken worden op punt gezet. We streven naar een kwaliteitsvolle competentie van onze medewerkers. De introductie van het modulaire denken (binnen het kader van Integrale Jeugdhulp) had een grondige reorganisatie van onze werking tot gevolg, waarbij medewerkers en diensthoofden aan één of meerdere specifieke modules worden gekoppeld.

In januari 2008 gaat het STOP 4-7 team van start in Vlaams-Brabant. Dit team is een samenwerkingsverband met CKG De Schommel uit Averbode. STOP 4-7 is een intensief trainingsprogramma voor kinderen tussen 4 en 7 jaar met ernstige gedragsproblemen. Gedurende 2 à 3 maanden worden deze kinderen nieuwe sociale vaardigheden aangeleerd, worden aan ouders via groepstraining geleerd hoe kinderen op te voeden en worden leerkrachten begeleid in de aanpak van deze moeilijke kinderen in de klas. Deze STOP trainingen worden aangeboden in Leuven en Diest.  Eind 2011 wordt dit project integraal overgedragen aan CKG De Schommel.  Met het oog op het nieuwe decreet, worden er geen nieuwe projecten opgestart.

Vanaf 2010 worden vanuit de afdeling Kinderland ook in Lier, Herentals en Heist-op-den-Berg oudercursussen Triple P gegeven. Triple P staat voor ‘Positive Parenting Program’. Het programma rond positief opvoeden is ontwikkeld door prof. Matthew Sanders (Australië). Triple P is een strategie voor opvoedings- en gezinsondersteuning en streeft ernaar om ernstige gedrags-, emotionele en ontwikkelingsproblemen te voorkomen bij kinderen door de kennis, de vaardigheden en het vertrouwen van ouders te vergroten. De basis van het programma bestaat uit 17 opvoedingsstrategieën. Deze concentreren zich op de ontwikkeling van positieve relaties, attitudes, nieuwe vaardigheden en gedragingen. Triple P omvat 5 levels (=interventieniveaus) met toenemende intensiteit. In onze afdeling Kinderland worden level 4 (op groepsniveau en op individueel niveau) en level 5 aangeboden. Het programma is goed gestructureerd, in de tijd sterk afgebakend, en heeft een hoog rendement. Triple P werd op korte tijd een volwaardige werkvorm, waarbij bij mobiele aanmeldingen steeds ook de overweging van het Triple P-aanbod wordt gemaakt (principe van subsidiariteit). Het grote succes van deze oudercursussen toont aan dat we met deze formule inspelen op een maatschappelijke nood bij een breed publiek. Zulke preventieve opvoedingsondersteunende programma's maken deel uit van de core-business van het CKG. Vanaf het najaar van 2011 wordt ook vanuit de afdeling De Kleine Parachute in Vlaams-Brabant een oudercursus aangeboden.

Vanaf januari 2013 start CKG De Kleine Kameel.  Dit betekent de verhuis van ons mobiele/ambulante team naar de kantoren in het nieuwe initiatief Huis van het Kind te Lier. We hebben gekozen voor CKG De Kleine Kameel, waarbij Kameel staat voor Kinderland Ambulant Mobiele Eenheid Lier.

Het Huis van het Kind Lier is een samenwerkingsverband tussen diverse partners waaronder CKG Kinderland, Consultatiebureau Kind & Preventie, OCMW en Stad Lier. Naast de clustering van de verschillende diensten op één locatie, is het ook de bedoeling om door de samenwerking een aantal plusfuncties aan te bieden omtrent opvoedingsondersteuning, waarvan enkele specifiek gericht zijn naar de problematiek van ‘generatiearmen’. Deze fysieke clustering van verschillende werkvormen is een uitnodiging om optimaal samen te werken en uitwisseling van competenties te realiseren. De ruimte beschikt ook over faciliteiten voor informatie, vorming en ontmoeting, waarbij het ook de bedoeling zal zijn om in het Huis van het Kind een vormingsaanbod rond opvoedingsondersteuning aan te bieden en op het vlak van dienstverlening worden projecten opgestart zoals huistaakklas, peuterspeelpunt/spelotheek, buddyproject-werking en een laagdrempelig ontmoetings-aanbod.

Onze nieuwe kantoren zijn gelegen in de Dungelhoeffsite, Paradeplein 2 bus 9, 2500 Lier

Deel D: een open dienstencentrum op het domein van de Ballaarweg

Sinds 1995 evolueerde het domein op de Ballaarweg naar een open dienstencentrum voor de Berlaarse gezinnen met kinderen tussen 0 en 12 jaar. Deze dienstverlening bestaat uit 4 peilers met name Preventie, opvang, hulpverlening en school.

o De PREVENTIE gebeurt door de consultatie voor het jonge kind (het kinderheil van weleer), waar jonge ouders met hun pasgeborenen terechtkunnen, en de regioverpleegkundigen van Kind & Gezin, die hun consultatieruimte en kantoren achteraan op het domein hebben.

o Wat de OPVANG  betreft kunnen kinderen tussen 0 en 3 jaar in het kinderdagverblijf Wolkewietje worden opgevangen. Schoolgaande kinderen komen voor en na de schooluren in de buitenschoolse opvang Roefels aan hun trekken. Tijdens de zomermaanden organiseert de speelpleinwerking Kriebels een schitterend activiteitenaanbod voor het jonge volk.

o Wat de HULPVERLENING betreft kunnen gezinnen in probleemsituaties voor ondersteuning en begeleiding in het CKG Kinderland terecht.

o De KLEUTER- EN LAGERE SCHOOL ‘De Kleine Kangoeroe’ stelt niet alleen zijn deuren open voor kinderen uit het CKG maar ook uit Berlaar en omgeving.

Deze diensten (behalve de school) sorteren allen onder de voogdij van Kind & Gezin. De Kinderkribbe en de Speelpleinwerking zijn prachtige voorbeelden van samenwerking tussen de gemeente Berlaar en de vzw Kinderland als privé-initiatief (publiek-private samenwerking). Deze grote concentratie van dienstverlening voor jonge gezinnen, samengebracht op één domein is uniek in Vlaanderen.

Foto's uit de oude doos kan je hier bekijken.